Vermogensplanning met een private stichting

Je werkt keihard. Je bouwt een zaak op, je koopt een pand, je belegt slim. En dan komt de vraag die niemand graag stelt: wat als je er niet meer bent? Gaat de fiscus met de buit lopen of zorgen jouw kinderen straks echt goed voor elkaar? Een private stichting is geen toverformule, maar wel één van de scherpste instrumenten in de Belgische gereedschapskist voor wie zijn vermogen veilig wil stellen. Dit is wat je moet weten, helder, eerlijk en zonder wollige taal.

Wat is dat eigenlijk, een private stichting? #

Stel je voor: je opent een aparte spaarpot, maar dan eentje met een eigen rechtspersoonlijkheid. Geen leden, geen aandeelhouders, geen algemene vergadering die roet in het eten gooit. Gewoon een rechtspersoon die je opricht om een belangeloos doel na te streven.

Dat klinkt abstract, maar in de praktijk is het heel concreet. Misschien wil je de zorg voor een kind met een beperking eeuwig veiligstellen. Of je hebt een kunstcollectie die je niet versnipperd wil zien over erfgenamen. Of je wilt gewoon dat je kleinkinderen later kunnen studeren zonder zich zorgen te maken over geld. De wet geeft je behoorlijk wat ruimte om dat doel te omschrijven.

Een private stichting is dus een heel eigen rechtsvorm, los van een klassieke vennootschap of vereniging. Eén ding mag niet: de stichting mag geen vermogensvoordeel uitkeren aan de oprichters of bestuurders, behalve als dat strikt binnen dat belangeloze doel past. Het is geen verkapte spaarrekening voor jezelf, maar een structuur voor de lange termijn.

Hoe richt je zo'n stichting nu praktisch op? #

Geen gedoe met ingewikkelde formulieren die je zelf moet invullen. Je gaat langs bij een notaris. Die stelt een authentieke akte op, dat is een officieel document dat voor de wet geldt. Dat kan tijdens je leven, maar ook via een notarieel testament, zodat de stichting pas na je overlijden ontstaat.

De wet schrijft geen minimumkapitaal voor. Je kunt de stichting starten met een symbolisch bedrag en haar later verrijken. Dat geeft flexibiliteit: je hoeft niet meteen al je vermogen over te hevelen.

Een uittreksel van de akte belandt in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad. Vanaf dat moment bestaat jouw stichting officieel.

Vergeet ook niet om je bestuurders tijdig aan te melden in het UBO-register, want ook stichtingen vallen onder die meldingsplicht.

Wie bestuurt het geheel? #

Een stichting heeft geen algemene vergadering. Er is alleen een bestuursorgaan: één of meerdere bestuurders. Dat kunnen jijzelf zijn, maar ook een vertrouwenspersoon zoals je advocaat, een familielid of een externe professional.

Deze bestuurders hebben een discretionaire bevoegdheid: zij beslissen zelf of en wanneer er uitkeringen plaatsvinden aan de begunstigden. Dat moet wel binnen de lijnen van het statutaire doel gebeuren.

Wat met de belastingen? #

En dan het deel dat jou als zelfstandige het meeste interesseert: de fiscaliteit. Want dat is geen bijzaak, dat is vaak de hoofdreden om deze stap te zetten.

Bij inbreng tijdens je leven
Je betaalt 5,5% schenkbelasting.

Bij legaat via testament
Je betaalt 8,5% erfbelasting.

Ter vergelijking: als je vermogen rechtstreeks nalaat aan je kinderen, kan dat in Vlaanderen tot 27% successierechten kosten. Dat verschil is niet mals. Het geld dat je bespaart, blijft in de familie of gaat naar je onderneming. De fiscus moet het doen met een stuk minder.

Naast de eenmalige besparing op successierechten zijn er doorlopende kosten. Die moet je kennen voordat je een beslissing neemt.

De patrimoniumtaks: dat is een jaarlijkse belasting op het vermogen van de stichting. Vroeger was dat een vast tarief van 0,17% op het hele vermogen. Sinds 2024 is dat veranderd. De overheid heeft de taks progressief gemaakt, met een vrijstelling voor de eerste €50.000.

De tarieven zien er nu zo uit:

Vermogen Tarief
€0 - €50.000 0%
€50.000 - €250.000 0,15%
€250.000 - €500.000 0,30%
Meer dan €500.000 0,45%

Kleine stichtingen met minder dan €50.000 aan bezittingen zijn dus helemaal vrijgesteld. Voor grotere vermogens loopt de taks op, maar het blijft een stuk lager dan wat je aan successierechten zou betalen.

En zolang de stichting zich alleen bezighoudt met het beheren van haar vermogen, betaalt ze rechtspersonenbelasting. Die belasting reken je op de inkomsten die de stichting genereert, zoals huurinkomsten of dividenden.

Bezit je liever vermogen via je vennootschap? Ook daar bestaan slimme, fiscaalvriendelijke manieren om geld uit je vennootschap te halen. Een boekhouder rekent voor jouw situatie snel na welke route, of combinatie van routes, het voordeligst uitvalt.

En terwijl jij je bezighoudt met de grote lijnen: vermogensplanning, bedrijfsopvolging, de toekomst van je gezin, is het fijn als de dagelijkse financiën gewoon lopen. Daar helpt een gebruiksvriendelijk boekhoudpakket als Moneybird bij. Overzichtelijke facturen, slimme rapportages en geen gedoe met ingewikkelde spreadsheets.

Verder lezen?

Misschien vind je dit ook interessant.

Moneybird