- Ondernemen Administratie
- Leestijd: 3 minuten
Forfaitaire of werkelijke kosten? Jij kiest
Je runt een eenmanszaak. Je werkt hard. Je verdient geld. Maar dan komt de belastingaangifte. Een vraag duikt op: pas ik die 30% forfaitaire kosten toe of tel ik al mijn echte uitgaven? Je buurman doet het ene. Je nichtje doet het andere. Wie heeft er gelijk?
Beiden. Want jij mag elk jaar opnieuw kiezen. Geen enkel jaar is hetzelfde. Daarom leggen we je haarfijn uit hoe je die keuze maakt. Geen saaie theorie. Wel concrete voorbeelden en duidelijke stappen
Wat zijn forfaitaire kosten? #
Stel je voor: je mag een vast percentage van je winst aftrekken zonder één bonnetje te tonen. Klinkt te mooi om waar te zijn? Toch bestaat het. Bij het invullen van je belastingaangifte kan je een percentage toepassen (maximaal 30%) op jouw brutowinst.
Brutowinst is simpel: jouw omzet min jouw directe kosten. Directe kosten zijn bijvoorbeeld de materialen die je inkocht, de goederen die je doorverkocht of de onderdelen die je gebruikte voor een klus.
Voor aanslagjaar 2026 (dat zijn de inkomsten die je in 2025 verdiende) bedraagt het maximale forfait voor een eenmanszaak €5930. Dat is het hoogste bedrag dat je mag aftrekken zonder ook maar één bonnetje te moeten bewaren.
Voordeel: Jij bewaart geen bonnetjes. Jij telt niets na. Jij vult gewoon in en bent klaar.
Nadeel: Je zit vast aan een maximum. Geef je in werkelijkheid meer uit? Dan verlies je geld aan belastingen door de forfait.
Voorbeeld
Karine is een schoonheidsspecialiste en draait een omzet van €60.000 per jaar. Ze koopt crèmes, handdoeken, wax en andere producten in voor €15.000. Dit zijn haar directe kosten.
- Omzet: €60.000
- Min directe kosten: €15.000
- Brutowinst: €45.000
De fiscus neemt 30% van €45.000. Dat is €13.500. Maar het maximum forfait voor Karine (eenmanszaak met winst) bedraagt €5930 (aanslagjaar 2026).
Dus Karine krijgt €5930 forfaitaire aftrek. Niet €13.500. Dat maximum is de spelbreker. Maar het voordeel? Geen facturen of bonnetjes bijhouden. Helemaal niks.
Wat zijn werkelijke kosten? #
Werkelijke kosten betekenen: jij somt alle echte beroepsuitgaven op. Alles wat je betaalde om jouw zaak te laten runnen en kan bewijzen. Welke uitgaven tellen mee?
- Huur van je werkplek of kantoor
- Je auto
- Gas, water, elektriciteit: maar alleen het beroepsdeel
- Verzekeringen (brand, aansprakelijkheid, diefstal)
- Telefoon en internet
- Koffie, papier, pennen, inkt
- Opleidingen en cursussen
- Representatie: maaltijden met klanten
Voordeel: Geen plafond. Gaf jij €20.000 uit? Dan trek je €20.000 af van je winst.
Nadeel: Administratie. Wie houdt er nu van facturen sorteren? En de fiscus mag controleren. Dan sta je daar met je mapjes.
Maar maak je geen zorgen. Een tool zoals Moneybird houdt automatisch bij wat je uitgeeft. Geen bonnetje gaat verloren. En je slaapt rustiger.
Vrij beroep? Dan gelden andere regels voor jouw forfait #
Oefen jij als zelfstandige een vrij beroep uit? Denk aan accountants, journalisten, therapeuten, (tand)artsen, kunstenaars of diëtisten. Dan berekent de fiscus jouw forfaitaire kosten volgens een ander systeem. Niet met één vast percentage, maar met verschillende schijven. Hoe hoger jouw inkomen, hoe lager het percentage dat je krijgt. Het maximumbedrag ligt ook lager. Voor inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026) kom je nooit boven de €5210 belastingaftrek. Dat is de absolute plafond.
Toch kan het forfait voor jou interessant zijn. Waarom? Veel vrije beroepers hebben niet veel kosten. Enkele abonnementen, een laptop, wat vakliteratuur. Meer niet. Jouw werkelijke kosten blijven dan soms ver onder die €5210. In dat geval kies je beter forfaitair. Je krijgt dan meer aftrek. Enkel als je werkelijke kosten wel boven €5210 uitkomen, loont het om over te schakelen.
Twijfel je toch welke methode voordeliger uitvalt? Laat dan een boekhouder de berekening voor je maken. Die weet exact wanneer forfait of werkelijk beter is voor jouw situatie.